Een venn-diagram

Met begrijpend lezen heb ik vandaag het Venn-diagram in groep 5 geïntroduceerd. Dit is een van de diagrammen die binnen het systeemdenken gebruikt kan worden. Een Venn-diagram bestaat uit twee overlappende ovalen waarin het overlappende deel de overeenkomsten van twee onderwerpen worden geplaatst. In de twee ovalen ernaast staan dan de eigenschappen van de twee onderwerpen.

De tekst voor groep 5 ging over hazen en konijnen. In het eerste deel werden de overeenkomsten en verschillen tussen wilde en tamme konijnen genoemd. Een mooi moment om het Venn-diagram te gebruiken. Op het digibord had ik het diagram al getekend en links tamme konijnen geschreven en rechts wilde konijnen. Al snel hadden de leerlingen door dat in het overlappende deel de overeenkomsten geplaatst moesten worden.

Enthousiast werd de tekst doorgenomen en de eigenschappen van de konijnen in de ovalen geplaatst. Samen hebben we op het bord het diagram verder uitgewerkt. Opvallend was dat er ook eigenschappen naar voren kwamen die niet in de tekst genoemd werden. Deze heb ik in een aparte diagram geplaatst, we moesten alleen de woorden uit de tekst halen.

Vervolgens moesten de leerlingen het tweede deel van de tekst lezen, dit ging over hazen en konijnen. Een enkele leerling snapte al direct dat hiervoor ook weer een Venn-diagram gebruikt kon worden. Al snel was de hele groep in tweetallen aan de slag om het schema in te vullen. Het lastige was dat er in de tekst eigenlijk geen overeenkomsten werden genoemd maar met wat fantasie konden we toch wat woorden vinden voor het overlappende deel. Hiervoor hebben we het schema van de konijnen gebruikt.

Na het maken van de diagrammen moesten de kinderen de boeken dichtdoen en mochten ze alleen de schema’s gebruiken om de vragen te beantwoorden. Een groot deel van de vragen kon eenvoudig beantwoord worden aangezien de schema’s een samenvatting gaven van de twee teksten. Een slimme leerling zag ook al in dat je best drie ovalen kon gebruiken. In het midden staan dan alle overeenkomsten. Een poging om dit te doen met wilde konijnen, tamme konijnen en hazen was niet eenvoudig. Wie weet hebben we daar later nog eens meer tijd voor.

De leerlingen vonden het maken van de diagrammen leuk en niet zo moeilijk. Wel was het even lastig bij de tekst te blijven. Ze waren geboeid om iets nieuws te leren en vonden dit eenvoudiger dan het invullen van rijtjes onder elkaar met de verschillen en overeenkomsten. Komende tijd gaan we het Venn-diagram vaker gebruiker.

Een flashmob maken

Al een tijdje liep ik met het idee een flashmob te maken met de leerlingen van school. Een flashmob is een (grote) groep mensen die plotseling op een openbare plek samenkomt, iets ongebruikelijks doet en daarna weer snel uiteenvalt. Flashmobs worden veelal georganiseerd via moderne communicatiemiddelen zoals het internet (Wikipedia). Op Youtube staan veel leuke voorbeelden, mijn favoriet is toch wel de flashmob in het centraal station van Antwerpen. Op het nummer Do-Re-Mi dansten meer dan 200 mensen in het station.

Uiteindelijk is het mij gelukt toch een flashmob te organiseren. Wel in een hele drukke periode met Sinterklaas, maar ook een leuke periode om zoiets te doen. Met het team is besloten op 1 december dit te organiseren en met een bekend nummer (Welkom Sinterklaas van Jochem van Gelder). Ik heb een aantal meisjes van groep 7 gevraagd een eenvoudig dansje op dit nummer te maken. In de week voorafgaand aan de flashmob hebben zij dit in de meeste klassen laten zien. Alle kinderen kregen ook te zien wat nu een flashmob was (met het voorbeeld van Do-Re-Mi) en waren al snel erg enthousiast. Via Twitter, Hyves en Facebook werd iedereen op de hoogte gebracht dat er donderdagochtend rond 8.20 uur iets speciaals zou gebeuren op het schoolplein.

Op donderochtend 1 december 8.21 uur liepen 2 meisjes met een gett0blaster het plein op waarna de flashmob kon beginnen. Met 5 camera’s van school is de flashmob opgenomen. Uiteraard hebben ook ouders gefilmd en al snel stonden deze op internet. Na ruim 3 minuten stonden er bijna 60 kinderen te dansen, achteraf hoorde ik dat veel kinderen niet wisten dat ze mee mochten dansen!

Het maken van het filmpje was nog een hele klus. Ik had uiteindelijk 3 verschillende formaten (2 heb ik helaas te laat ontvangen) van de filmpjes die ik eerst naar AVI heb omgezet. Helaas is hierbij per abuis de kwaliteit van 1 camera erg achteruit gegaan (filmen van de voorkant). Stukken van de flashmob zijn daardoor helaas wat wazig.  Daarna heb ik de filmpjes in OpenShot Video Editor (Ubuntu-Linux) gemixt. De puzzel was om de filmpjes gelijk te trekken op de muziek. Het geluid heb ik uit de filmpjes weggelaten, ik heb een audio-track van de muziek eronder gezet (gemixt aan het begin en eind met het geluid op het plein). Met Windows Movie Maker heb ik nog tekst aan het begin en eind toegevoegd. Uiteindelijk is het filmpje op het Youtubekanaal van de school geplaatst.

En dit is het geworden: Sintmob Welkom Sinterklaas

Het was een erg leuk experiment met enthousiaste leerlingen, ouders en leerkrachten. Wie weet zit er nog een tweede flashmob aan te komen. In dat geval zorg ik ervoor dat alle camera’s op hetzelfde moment beginnen en hetzelfde videoformaat opleveren!

Software voor dag- of weektaken

Uit het onderzoek vorig schooljaar over het ICT gebruik binnen de school, kwam naar voren dat leerkrachten problemen hadden met het klassenmanagement en ICT. Hiermee bedoel ik ervoor zorgen dat alle leerlingen op toerbeurt met de computers werken en dat iedereen aan de beurt komt. Het bleek dat leerkrachten moeite hadden de beschikbare tijd zo efficiënt mogelijk in te delen. Uit interviews kon ik achterhalen dat men veelal probeerde binnen een les de leerlingen aan de computer te laten werken. Dus binnen de rekenles alle leerlingen met de computer.

In het onderzoek hebben we verschillende manieren uitgeprobeerd om te bekijken wat nu het best binnen onze school paste: circuit, hoeken, roulatieschema’s en dagtaken. Voor de groepen 1/2 bleek hoeken prima te werken en voor groep 3 het circuitmodel. De groepen 4 tot en met 8 bleken met dagtaken tevreden te zijn. Leerlingen kregen een dagtaak (of voor een deel van de dag) waarop zij zelf konden bepalen wanneer zij met computer wilden werken. Uiteraard binnen vastgestelde afspraken (bv niet tijdens instructie etc). De meeste leerkrachten gebruikten hiervoor een eigen ontworpen papieren blad voor. Maar daar wilde ik vanaf, ik zocht naar mogelijkheden om de formulieren digitaal te maken (en af te laten drukken).

Er zijn verschillende programma’s beschikbaar om dag- of weektaken digitaal in te voeren en af te drukken. Ik heb onder andere deze 4 websites gevonden:

Van Klasseplan heb ik een demonstratie gezien, een goed product waarbij koppelingen met methodes beschikbaar zijn. Ook Weektaakmaker en Takenblad heb ik als demo mogen zien. Uiteindelijk heb ik voor deze 2 programma’s gekozen om eens te testen in de klas. Voor de herfstvakantie heb ik met Takenblad de dagtaakbladen samengesteld, daarna met Weektaakmaker. Op zich doen beide programma’s hetzelfde: per dag aangeven wat een leerling per vak moet doen.  Hierbij kan je de leerlingen in groepen verdelen en iedere groep een eigen dagprogramma geven. Aangezien wij op school nog helemaal niet met dagtaken werkten ben ik klein begonnen; eerst alleen met rekenen en spelling.

In eerste instantie wilde ik alleen op de bladen aangeven welke computertaken leerlingen per dag zouden moeten uitvoeren. Bijvoorbeeld op maandag moet je taak a op de computer uitvoeren en dat binnen de afspraken voor het computergebruik. Kinderen zouden dan zelf  mogen kiezen op welk moment zij de taak op computer wilden doen. Maar al snel zag ik de voordelen in om ook aan te geven wat zij voor rekenen moesten doen met daarbij de klaaropdrachten. Al snel werd de dagtaak gevuld met rekenen, taal, spelling en begrijpend lezen. Daarnaast de diverse computeropdrachten.

De leerlingen moesten erg wennen aan de bladen. Ten eerste drie dagen het blad netjes bewaren (ik beperkte het werken met dagtaken nog tot drie dagen), afvinken wat je al had gedaan en kijken op het blad welke opdrachten je nu precies moest maken (dat stond voorheen op het bord). Ook het zelf het moment bepalen om aan een computeropdracht te werken was lastig. In het begin vergaten kinderen dat zij computeropdrachten hadden en moest dat aan het eind van de week weer ingehaald worden. Maar na een paar weken werken, raakten de leerlingen vertrouwd met deze manier van werken (dwz de meeste leerlingen). Zij vonden het erg leuk dat ze zelf een mochten bepalen wanneer ze met computer konden werken. Ook het afvinken van opdrachten die klaar waren, werd al leuk ervaren.

Voor mij was het ook wennen. Aan het begin van iedere week het programma al gedetailleerd invoeren in de computer, goed nadenken wanneer de computer ingezet kon worden en door wie en leerlingen een stukje eigen verantwoordelijk geven voor het maken van de computeropdrachten. Inmiddels loopt dit al lekker. De afspraken zijn duidelijk en aan het eind van de week zijn de meeste opdrachten af. Nu ben ik het systeem langzaam aan het uitbouwen voor alle vakken en de gehele week.

Het werken met een derdelijk systeem lijkt in eerste instantie erg veel werk. Je moet goed nadenken hoe je het programma gaat gebruiken. De software lijkt op elkaar maar hier en daar zitten nog wel eens wat verschillen. Voor weektaakplanner heb ik het volgende systeem bedacht:
- Voor de vakken rekenen, spelling en begrijpend lezen heb ik 3 niveaugroepen gemaakt (op de CITO-resultaten gebaseerd)
- Voor alle vakken geef ik per dag de te maken sommen of opdrachten aan. Ook geef ik aan wat we samen, zelf of klassikaal nakijken.
- Ieder niveau heeft een eigen programma. Op het blad staat wat een niveaugroep zelfstandig mag maken en wat klassikaal gevolgd moet worden.
- Voor woordenschat en rekentuin heb ik een subgroep aangemaakt. Alleen de kinderen die dit programma volgen zien dit op het blad.
- Alle computeropdrachten staan apart op het blad vermeld.

Uiteindelijk is het de bedoeling mijn collega’s te laten zien hoe ik hiermee werk. Volgend schooljaar kunnen we dan kiezen hoe we als school verder gaan met dag- en weektaken en welk systeem hiervoor het meest bruikbaar is. Voor mij geeft een softwareprogramma in ieder geval overzicht en zorgt ervoor dat ik de papieren lijsten en allerlei blaadjes kan wegdoen. Meestal was ik die trouwens halverwege de dag al kwijt… ergens onderaan of tussen de bende op mijn bureau. Tja, dat wordt de volgende uitdaging: hoe zorg ik ervoor dat mijn bureau de hele dag lekker leeg blijft.

Boektweepuntnul

Op zaterdag 8 oktober 2011 werd Boektweepuntnul officieel gelanceerd. Bij Beeld & Geluid te Hilversum kregen alle co-auteurs de eerste exemplaren van zowel de reguliere als de onderwijsversie. De boeken zijn te bestellen op de website.

Als co-auteur mocht ik een stukje schrijven over Diigo.

 

Wat is Diigo en wat kun je ermee?
Diigo staat voor Digest of Internet Information, Groups and Other Stuff. Het is een Engelstalige social bookmark website, waarmee je onder andere links naar webpagina’s kunt bewaren (bookmark) en delen met anderen (social). Je kunt kiezen om je bookmarks voor jezelf te houden (private) of te delen met anderen (public). Binnen Diigo kun je bookmarks verdelen in lijsten. Zo kun je eenvoudig een bibliotheek aanleggen van al je gevonden pagina’s. Om het zoeken te vereenvoudigen is het mogelijk etiketten (tags) aan je bookmarks toe te voegen. Diigo te gebruiken heb je een toolbar (werkbalk) of diigolet (eenvoudige werkbalk) in je webbrowser nodig. De laatste biedt minder mogelijkheden maar is voldoende om gevonden websites in Diigo op te slaan. Beide mogelijkheden zijn beschikbaar voor alle bekende webbrowsers.

Ontstaansgeschiedenis Diigo
Diigo kwam in december 2005 als betaversie uit. Officieel werd het op 24 juni 2006 gelanceerd. Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de site was de overname van Furl (File Uniform Resource Locators), een website waar je een kopie van webpagina’s kon opslaan en delen met anderen. In de afgelopen jaren is er continu aan Diigo gewerkt en is inmiddels versie 5.0 uit.

Doel Diigo
Regelmatig kom je een handige webpagina of afbeelding tegen die je later graag nog eens zou willen bekijken. Met Diigo kun je beide online bewaren (bookmarken) en op iedere andere computer openen. Je beschikt dus altijd en overal jouw eigen webpages. Naast webpagina’s en afbeeldingen kan je ook eigen aantekeningen (annotations) vastleggen. De kracht van deze site is het kunnen delen van bookmarks. Hiervoor maak je een bookmark, afbeelding of annotation openbaar (public). Door ze in groepen (groups) te verdelen, maak je een openbare bibliotheek van je Diigo.

Diigo weetjes

  • Om Diigo te kunnen gebruiken moet je je eerst registreren.
  • Bewaar je Twitter favorites (favorieten) in Diigo met de speciale toepassing voor Twitter.
  • In 2006 werd Diigo door CNET als een van de top 10 research tools genoemd.
  • Diigo heeft een gratis versie waarmee je onbeperkt bookmarks kan opslaan. Het aantal highlights (markeringen) is in deze versie beperkt.
  • Voor de iPad, iPhone en Android toestellen zijn apps beschikbaar.
  • Diigo kan bookmarks importeren van Delicious en Google Notes. Dit kan bij grote aantallen bookmarks wel enkele dagen duren.

Bijzondere gebruiksmogelijkheden Diigo

  • Voor het onderwijs is een Educator account aan te vragen. Hiermee kan een docent een afgeschermde groep aanmaken voor zijn studenten. Alleen studenten met een groepsaccount hebben toegang tot deze groep. Binnen deze groep kunnen de leden bookmarks en annotations (aantekeningen) met elkaar delen.
  • Diigo heeft de mogelijkheid direct een blog te schrijven. Je kiest hiervoor je annotations, bookmarks en notes uit Diigo. Bezoekers op je blog kunnen deze zonder Diigo account direct lezen.
  • Belangrijke stukken van een webpagina kunnen met een digitale markeerstift (highlights) onderstreept worden. Met de sticky notes (notities) is het mogelijk eigen commentaar bij een pagina op te slaan.
  • Om het zoeken te vereenvoudigen is het mogelijk etiketten (tags) aan je bookmarks toe te voegen.

Diigo handleiding
Op de volgende sites zijn handleidingen voor het werken met Diigo te vinden:

Diigo  jargon

  • Bookmarken – vastleggen van een website
  • Highlighting – markeren van een stuk tekst op een webpage
  • Sticky Note – een notitie vastleggen bij een webpage
  • In-situ Sticky Note – een notitie vastleggen bij een deel van een webpage
  • Tag – een etiket; een steutelwoord toevoegen aan een bookmark
  • Annotation – een aantekening
  • Read later – een optie om een bookmark apart op te slaan om later nog eens te bekijken

Diigo tip
Kijk in de groepen van andere Diigo gebruikers welke webpagina’s zij hebben gevonden. Dit bespaart je veel tijd met zoeken op internet.

TPACK in de praktijk: rekenen en Powerpoint

In de eerste TPACK in de praktijk wil ik een niet al te lastige ICT-tool nemen. Ik heb gekozen voor Powerpoint (TK) met als vak (CK) rekenen en klassikaal toetsen als didactiek (PK). De bedoeling is om een hoofdrekenles klassikaal te toetsen waarbij ik gebruik maak van het digitale schoolbord. Je zou de sommen van te voren op het bord kunnen schrijven maar dit keer wil ik gebruik maken van het flitsen. Dat wil zeggen dat er na een bepaalde tijd een nieuwe opgave in beeld komt waarbij de leerlingen het antwoord in hun schrift opschrijven. Zodra een nieuwe som verschijnt, volgt een geluidssignaal.

Bij het ontwerpen van de Powerpointpresentatie moet je dus weten hoe je een dia automatisch kan laten opvolgen door een nieuwe dia. De vraag is uiteraard hoelang de opgave in beeld blijft. Met een te korte tijdsinterval zullen zwakke leerlingen meerdere sommen gaan missen. De tijd moet ook niet te lang ingesteld worden, snelle leerlingen kunnen zich dan gaan vervelen. De eerste keer is 7 tot 10 seconden tussen de dia’s het proberen waard. Het tweede punt van aandacht is het geluidssignaal. Ook dit moet de ontwerper van de les kunnen instellen. Hierbij moet er natuurlijk gekozen worden voor een niet te afleidend signaal.

Deze les heb ik inmiddels in Powerpoint ontworpen. Hierbij heb ik gekozen om na 4 sommen de tekst “nieuwe rij”  toe te voegen. Zo weten leerlingen dat zij in hun schrift een nieuw rijtje kunnen beginnen. De achtergrond heeft maar 1 rustige kleur waarop de sommen duidelijk te lezen zijn. De presentatie heeft in totaal 16 sommen, 4 rijtjes van 4 sommen. Het eindsignaal heb ik expres af laten wijken van het signaal tussen de diawisselingen.

Uiteraard heb ik de rekenles ook in de klas gegeven. De eerste keer heb ik het wissel- en eindsignaal laten horen. Na de korte instructie liet ik de presentatie lopen waarbij ik de sommen ook nog hardop voorlas. De leerlingen hebben de som ruim 8 seconden kunnen zien en op kunnen lossen. Ondertussen liep ik door de groep en hield goed in de gaten of alle leerlingen de snelheid van wisselen konden volgen.

Het voordeel van deze methode is dat de som lang genoeg in beeld is om iedereen de kans te geven de opgave op te lossen. Geen vingers meer van kinderen die een som missen. Het nadeel is wel dat snelle leerlingen even moeten wachten op een nieuwe opgave. Als je alle sommen van te voren op zou schrijven, zouden zij dus kunnen doorwerken. Maar dan zouden zij aan het eind alsnog moeten wachten. Ook heeft deze manier van werken invloed op kinderen die moeite hebben met tijdsdruk. De presentatie gaat gewoon door en dat kan voor sommige kinderen blokkerend werken.

Deze manier van werken heeft vooral invloed op het TPK-deel van TPACK. Ik moet goed weten hoe deze manier van werken de didactiek verandert en wat de gevolgen zijn voor het leren van de leerlingen. Op zich heeft het werken met een powerpointpresentatie niet bijzonder veel invloed op de vakinhoud, het blijft hoofdrekenen alleen worden de sommen iets anders gepresenteerd. De voorbereiding vraagt wel iets meer werk maar dat is uiteraard maar eenmalig. Volgend jaar kan ik de les opnieuw gebruiken, eventueel zijn presentaties uitwisselbaar.

Graag hoor ik welke andere voor- en nadelen deze manier van werken heeft en of er andere ICT-tools zijn waarmee dit ook kan.

 

TPACK in de praktijk

De komende tijd wil ik in dit blog met TPACK in de praktijk aan de slag. Aan de hand van een vak (content) en een bepaalde didactiek probeer ik een ICT-tool te integreren in het onderwijs. En dan eigenlijk ook op die wijze waarop TPACK bedoeld is: je ICT-vaardigheden verbeteren door samen te werken.

In mijn blog beschrijf ik hoe ik de les van te voren zie, ontwerp en geef. Uiteraard afgesloten met een evaluatie. Ik probeer zo goed mogelijk aan te geven welke invloed een ICT-tool heeft op het vak en/of de didactiek.

Daarnaast hoop ik dat er reacties op de blog volgen met op- en aanmerkingen. Het doel is om lezers te laten nadenken of de ICT-tool ook in de eigen werksituatie toe te passen zou zijn of op een andere manier ook gegeven zou kunnen worden.

Gedragspatroongrafieken in het onderwijs

Een gedragspatroongrafiek is een hulpmiddel om een toename of afname van een variabele in de loop van de tijd te laten zien en is onderdeel van het systeemdenken. Ik gebruik het zelf in de klas, bijvoorbeeld om leerlingen te vragen wat zij van het samenwerken vonden. Ook is het handig om kinderen te laten nadenken waarom zij bijvoorbeeld boos zijn geworden op het schoolplein tijdens het spelen. Hierbij is de boosheid de variabele. Kinderen kunnen dit in een grafiek heel goed plaatsen en weten exact bij een piek te vertellen waarom dat is gebeurd.Een derde toepassing is om een variabele in een verhaal weer te geven. Zo zou je uit een prentenboek de variabele “gelukkig zijn” kunnen laten tekenen. Als zij dit goed in de tijd aangeven, blijft het verhaal beter bij.

Het moeilijke van een GPG is het begrip tijd. Kinderen willen nog wel eens een grafiek tekenen waarbij een sprong terug is in de tijd. Om het begrip tijd in een grafiek goed uit te leggen heb ik twee, hoe kan het ook anders, handige ICT-hulpmiddeltjes voor. Het zijn twee apparaten aangesloten op de computer waarbij geluid of afstand in een grafiek wordt getoond. Met de decibelmeter wordt in de tijd het aantal decibel per seconde gemeten. Dit verschijnt in een grafiek. Kinderen zien dus (op het digibord) hoe volume en tijd zich verhouden; tijd gaat niet terug! Hetzelfde kan met een afstandsmeter. Door naar dit apparaat te lopen wordt de afstand gemeten en ook weer vertoond.

Ik ben gestart met de decibelmeter. Eerst om het geluidsniveau in de klas te laten zien. Natuurlijk zijn er altijd weer leerlingen die even een oeps geluidje moeten maken. De opdracht daarna was om een door mij getekende grafiek na te “geluiden”. Dat wil zeggen dat de lijn omhoog moet gaan door veel meer geluid te maken. Maar niet te snel want anders krijg je een piek. Best lastig! Maar de kinderen vonden het leuk om te doen en ze kregen een deel van de grafiek aardig op het bord. Uiteraard even afsluiten met hoeveel geluid kan een klas nu eigenlijk maken… en hoe stil kan een klas zijn! Die laatste vond ik wel het meest geslaagd!

Volgende week gaan we verder testen met de afstandsmeter en daarna de GPG echt maken. Hiervoor is overigens een ICT-tool voor; meester Steeef heeft een applicatie voor op het digibord gemaakt. Handig om te gebruiken!

 

Collectief praktijkonderzoek: TPK in de praktijk

Collectief praktijkonderzoek

In het artikel Collectief praktijkonderzoek: TCK in de praktijk beschreef ik hoe een werkgroep aan de slag is gegaan met het onderzoeken van het gebruik van ICT in de zorg en dan met name gericht op rekenen. Hierbij was het onderzoek gericht op Content Knowledge (rekenen en zorg) en Technology Knowledge (gebruik van ICT binnen de zorg), oftewel TCK.

De tweede werkgroep is aan de slag gegaan met het onderzoeken hoe je ICT kan inzetten in de klas. Leerkrachten hadden vastgesteld dat zij het lastig vonden ICT goed binnen het eigen klassenmanagement in te zetten. Dit onderzoek richt zich dus op de Pedagogical en Technological Knowledge (TPK). Hierbij heeft de groep zich gericht op de inzet van methodesoftware voor leerlingen (dwz de inzet van de leerlingencomputers in de klas).  Per fase zal kort beschreven worden wat er is gedaan.

Informatie verzamelen
Pedagogical Knowledge (PK) omvat de manier waarop leerlingen leren, hun (mis)concepties, inzet van leermiddelen, evaluatie van leren, klassenmanagement, lesvoorbereiding en -uitvoering. De onderzoeksgroep heeft zich voornamelijk gericht de laatste 3. Op internet is gezocht op literatuur waarin werd beschreven wat er onder klassenmanagement wordt verstaan. Vervolgens heeft het team zich gericht op literatuur met betrekking tot de inzet van technologie binnen het klassenmanagement. Overigens was hier niet veel over te vinden.

Informatie interpreteren
De verzamelde informatie wordt in deze fase geïnterpreteerd. De eerste stap was het vaststellen welke opvattingen over lesgeven binnen de school les worden gedragen. De conclusie was dat de school voornamelijk klassikaal lesgeeft waarin het lesgeven zich tussen adaptief en leerkracht gestuurd onderwijs bevindt (Kennisnet). Een belangrijke conclusie, aangezien dit een groot deel van het klassenmanagement bepaald en je bepaalde keuzes op ICT gebied niet implementeert. De literatuur leerde ook dat binnen ons huidige onderwijs ook nog andere werkvormen gekozen konden worden om ICT beter te kunnen integreren. In de stap consequenties verbinden werden de meest logische werkvormen gekoppeld aan de huidige visie en infrastructuur (Vier in balans). Zo werd afgesproken in de klas te experimenteren met dagtaken en het circuitmodel. Beide werkvormen sloten volgens de werkgroep (en na overleg met het team) het best aan op het huidige onderwijs zonder een drastische wijziging daarin. In de groepen 1/2 en 3 waren geen acties nodig, beide groepen voldeden aan het gewenste circuitmodel. In de volgende fase zou men dan gaan bekijken welk model het best zou passen.

Actie uitvoeren
In deze fase werd afgesproken dat in groep 5 een actieonderzoek zou worden uitgevoerd waarin het circuitmodel centraal zou staan. In de groepen 4 en 8 gingen de leerkrachten aan de slag met dagtaken. Ook in groep 5 is later alsnog ook de actie met de dagtaken uitgevoerd. De afspraak was dat leerkrachten een aantal leerlingen dagtaken zou geven op het gebied van ICT en de methodesoftware. Kinderen mochten na afronden van de werktaak aan de slag gaan met de dagtaak. Hiervoor werden op papier een aantal duidelijke afspraken gemaakt (voor zowel de leerkracht als de leerlingen). Deze kinderen kregen een wekelijks een blad met daarop per dag te uit te voeren taak. In groep 5 werd het circuitmodel ingevoerd: op 2 middagen gingen alle leerlingen van de klas in groepjes aan taken werken waarbij in 1 taak de computer zou worden gebruikt (voor iedere leerling dan wekelijks een vaste ICT taak bv een kwartier extra oefenen met spelling oid).

Product en proces evalueren
Na zes weken heeft de werkgroep het proces van dagtaak en circuitmodel geëvalueerd. Voordelen van het circuitmodel waren bv dat alle leerlingen voldoende konden oefenen metde methodesoftware, nadeel was de onbekendheid met het circuit en een groot deel zelfstandig kunnen werken binnen het circuit. Bij de dagtaken vonden de leerlingen het erg plezierig een beetje zelf de tijd te kunnen indelen, nadeel van de leerkracht was het administratieve deel. Wel kregen de leerlingen voldoende tijd en ziet men mogelijkheden dagtaken verder te implementeren in het huidige onderwijs. Aansluitend (maar dat geldt ook voor het circuitmodel) vond men wel dat de leerlingen dan meer moesten weten van het zelfstandig gebruik van de ICT middelen, hiervoor gaat werkgroep ICT en leerlijnen zich over buigen. Volgend schooljaar wil men de groepen 4 tot en met 8 het dagtakenmodel verder uitwerken en implementeren in de klas. Groep 5 gaat het circuitmodel daarnaast verder uitbouwen.

Relatie met TPACK
Het TPACK in dit onderzoek was vooral gericht op het onderzoeken hoe je het klassenmanagement kan veranderen om ICT beter te integreren in het onderwijs (TPK). Nog erg gericht op het gebruik van de methodesoftware voor leerlingen. Volgend schooljaar zal dit gerichter op de vakken worden afgestemd waardoor men het hele TPACK model aanspreekt. Voor het administratieve deel ga ik op zoek naar een informatiesysteem waarmee leerkrachten dagtaken sneller en handiger kunnen maken voor de leerlingen, afgestemd op het rooster.

Collectief praktijkonderzoek: TCK in de praktijk

Collectief praktijkonderzoek

Aan het begin van het schooljaar heeft het team gezamenlijk een ambitie vastgesteld om ICT te integreren in het onderwijs van de school. Tijdens het vaststellen van de ambitie kwamen drie punten naar voren waar het team aan wilde gaan werken: zorg, leerlijnen ICT voor leerlingen en klassenmanagement.

De eerste werkgroep is aan de slag gegaan met het ICT gebruiken in de zorg (vakgebied rekenen). Onder zorg verstaan we zowel de E/D leerlingen als leerlingen met een A+. Dit onderzoek richt zich in eerste op de Content Knowledge (rekenen en zorg) en pas later op de Technological Content Knowledge (TCK). De groep heeft een aantal onderzoeksvragen opgesteld waarna men volgens het model aan de slag ging. Per fase zal kort beschreven worden wat er is gedaan.

Informatie verzamelen
Op internet gezocht op literatuur waarin werd beschreven wat er onder zorg bij rekenen wordt verstaan. Met name gericht op hoe het ontstaat, hoe je zorgleerlingen kan helpen en welke middelen er zijn. Daarna is er gerichter gezocht op ICT en rekenen, uiteraard in het zorgdeel. Uiteraard is ook informatie uit het leerlingvolgsysteem gehaald; hoeveel leerlingen vallen er op school uit op rekenen en op welk onderdeel (in overleg met de leerkracht).

Informatie interpreteren
De verzamelde informatie wordt in deze fase geïnterpreteerd. Ten eerste werd vastgesteld dat automatiseren, klokkijken en het lezen van de vraag (CITO) de grootste rekenproblemen waren. Er kwamen in dit proces ook vragen naar voren of de huidige methode nog wel voldeed en of er voldoende aandacht werd geschonken aan het automatiseren in de klas. Deze vragen kunnen in een later stadium leiden tot een nieuw onderzoek (waar wij inmiddels mee bezig zijn). Met de gevonden literatuur werd door het team besloten ICT te gaan inzetten voor het automatiseren en klokkijken (consequenties verbinden). Belangrijk vond men dat de tools zelfstandig door de leerlingen gebruikt konden worden en eenvoudig in gebruik voor de leerkracht. In deze stappen is de werkgroep zich meer gaan richten op de TCK: technologie en content met elkaar verbinden.

Actie uitvoeren
In deze fase werden meerdere softwarepakketten met elkaar vergeleken en aan de vooraf vastgestelde eisen. Zodoende is bijvoorbeeld de rekentuin als programma naar voren gebracht om het automatiseren van leerlingen te verbeteren. Het voldeed aan de meest gestelde eisen. Daarnaast kwamen Ambrasoft en de Kieskast als pakketten naar voren evenals enkele gratis websites. Het nadeel vond men bij de laatste dat de resultaten niet worden vastgelegd (een eis).

Product en proces evalueren
Deze fase is nog niet afgerond (volgt binnenkort).

Relatie met TPACK
Het TPACK in dit onderzoek was vooral gericht op het onderzoeken van de mogelijkheden en beperkingen van software voor zorgleerlingen (TCK). Van te voren zijn de doelen vastgesteld waaraan de software moest voldoen om leerlingen op rekengebied te kunnen helpen en welke leeropbrengsten zit geeft. Dit is door de werkgroep vastgelegd en met het team gedeeld. Minder is onderzocht welke competenties een leerkracht moet hebben om leerlingen te kunnen ondersteunen met behulp van de eventueel aan te schaffen software.

TPACK: TCK en TPK

In het TPACK model worden drie geïntegreerde componenten onderscheiden:
- Pedagogical Content Knowledge (PCK)
- Technological Pedagocial Knowledge (TPK)
- Technological Content Knowledge (TCK)

PCK (vakdidactiek) richt zich op de competenties die leerkrachten nodig hebben om hun vak vorm te geven en aan te passen met het oog op de instructie. In theorie beheerst iedere leerkracht of docent deze competenties. De combinatie van je didactische vaardigheden (PK) en kennis van je vakinhoud (CK) maken samen je les.

In TCK zitten de competenties die zich richten op kennis en vaardigheden met betrekking tot de techniek en vakinhoud. Als leerkracht moet je dus weten wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van ICT (TK) om je vakinhoud (CK) over te brengen. Hierin staan je gewenste leeropbrengsten en inhoudelijke doelen centraal. Als leerkracht weet je dus dat je computers kan inzetten om leerlingen met spelling te helpen of een tablet kan gebruiken, met de benodigde software, om leerlingen te ondersteunen met het inoefenen van schrijfletters. Of dat je voor rekenen het digibord kan inzetten waarbij je een digitale getallenlijn gebruikt. Het kunnen werken met deze ICT middelen is overigens een competentie uit de TK.

Maar is het bijvoorbeeld bekend dat het gebruik van een digibord het lestempo versnelt en dat dit dus invloed heeft op bijvoorbeeld de rekenvaardigheid van zwakkere leerlingen (Kennewell, 2004)? Of dat het als voordeel heeft dat het gebruik beter aansluit op de leerstijl van de leerling door multi-modale en haptische mogelijkheden (Miller & Glover, 2006)? Deze kennis zit in het TPK deel; de competenties om de veranderende manier van lesgeven en leren door ICT succesvol toe passen.

Uit de literatuurstudie TPACK voor beginnende geletterheid: een literatuuronderzoek (Bruinsma, McKenny & Voogt, 2011) blijkt dat de competenties voor leerkrachten verdeeld kunnen worden in planning en implementatie. De planningsactiviteiten worden verdeeld in:
- Keuze van activiteiten
- Volgorde van activiteiten
- Differentiatie

De activiteiten op het gebied van  implementatie zijn te verdelen in:
- Lesvoorbereiding
- Klassenmanagement
- Veranderen van de lesstof

Deze activiteiten komen in iedere les voor. Maar om ICT toe te passen zal je moeten weten hoe de techniek de didactiek kan ondersteunen. Speel je een game (keuze van activiteiten), dan moet je dus kennis hebben van games op leren. In je klassenmanagement moet je daarnaast ook rekening houden met het aantal computers, of je leerlingen alleen of in groepjes laat werken en hoe lang zij aan de activiteit moet werken om de gewenste resultaten te halen.

In het collectief praktijkonderzoek hebben we ons gericht op zowel de TCK (ICT gebruiken in de zorg bij rekenen) en TPK (klassenmanagement). Van beide deelonderzoeken komen binnenkort op dit blog korte verslagen.